(Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor de Fontys Nieuwsbrief studiecoaches).

Ik zou deze en komende maand graag samen met jullie willen praten over “goed genoeg” zijn. Dit is namelijk iets waar ik zelf veel mee worstel: wanneer ben ik goed genoeg? Als je hier niet mee oppast help je jezelf alleen maar aan een geestesziekte, en ik wil dat graag helpen voorkomen.

Laten we bij nul beginnen. Wanneer ben ik goed genoeg? Je zou kunnen denken “als ik genoeg geld verdien” of “als ik gewaardeerd wordt door anderen”. En ja, dan zou je een overtuigend argument hebben. Maar tegelijkertijd zijn er nog steeds zat succesvolle mensen die constant twijfelen, soms met tragische gevolgen. Een dikke portemonnee of legioen fans is geen sleutel tot voldoening, en ook geen verzekering tegen geestesziekten (al helpt het natuurlijk wel).

Beide suggesties gaan over iets externs: als je genoeg geld of waardering hebt. Dus in feite is jouw gevoel van goed genoeg zijn afhankelijk van de onvoorspelbaarheid van anderen. Dat is eerlijk gezegd de slechtste positie om in te zitten. Laat je je eigenwaarde echt afhangen van een voldoende, een ja of een like?

Dus dat zou betekenen dat het goed genoeg intern zou moeten zitten. Wat ons nu tot de reden brengt dat zoveel mensen zich niet goed genoeg voelen: ze hebben externe verwachtingen geïnternaliseerd. Je gaf als kind niet zoveel om geld totdat je realiseerde dat je het nodig had om snoep mee te kopen. Je gaf als middelbare scholier niet zoveel om je carrière totdat je hoorde dat je vóór je eindexamens afliepen een studie moest kiezen. Je genoot als student van een hobby totdat iemand die je respecteert het tijdsverspilling vond. Je genoot van je vakantie op de camping in Frankrijk totdat je op Instagram foto’s van anderen in een exotisch land zag.

Hier een metafoor om het probleem te visualiseren. Je bent een meeuw die wilt opstijgen, maar er zijn allerlei rioleringspijpen om je heen die om de zoveel tijd olie over je heen gieten. Wat is de oplossing? Boos worden op de pijpen, de olie als normaal gaan zien, hopen dat regen het binnenkort afwast, of dat de pijpen binnenkort verstoppen? Focus je eerst op het afwassen van de olie (geïnternaliseerde meningen, standpunten en verwachtingen) of op de pijpen (wie en wat ze aan je heeft doorgegeven)? Proberen de pijpen je echt doelbewust tegen te houden? Waarom zijn er in de lucht slechts een paar meeuwen te zien?

Ik geef je hierbij wat tijd om over die metafoor na te denken. Volgende maand gaan we verder met dit onderwerp, waar we gaan kijken naar oplossingen.

Leave a Reply